Pilot Flevoland


"Kinderen zijn altijd heel erg eerlijk en het is gewoon leuk om hen wat bij te brengen. Als ze het leuk vinden dan zie je dat echt. Je wordt er zelf ook gewoon vrolijk van." (Lotte, stagiaire van korfbalvereniging Marknesse)

Heldere taakverdeling en korte lijnen
Het samen creëren van meer maatschappelijke stageplaatsen in de sport; dat is de inzet van het convenant, dat het Jeugdloket van welzijnsorganisatie Partou, scholengemeenschap Zuyderzee College Emmeloord en Sportservice Flevoland eind 2006 ondertekenden.
De samenwerking binnen de werkgroep loopt vanzelf, vooral door een duidelijke onderlinge taakverdeling. Het jeugdloket heeft de algemene coördinatie in handen, het Zuyderzee College benadert de leerlingen en Sportservice Flevoland zorgt voor  het contact met en de ondersteuning van de sportaanbieders. En dat werkt. Want door de inbreng  van Sportservice Flevoland is een nieuwe sector binnen de maatschappelijke stage aangeboord.

Leerlingen regelen het zelf
In totaal volgen 105 leerlingen een stage in de sport. Het leeuwendeel vindt een plek bij de sportvereniging waar zij al lid zijn of recent lid zijn geweest. Bemiddeling door de werkgroep hierbij is meestal niet nodig; het gros van de leerlingen regelt de stageplek zelf en maakt zelf afspraken met de sportvereniging. Wel heeft het Jeugdloket de sportaanbieders vooraf rechtstreeks telefonisch benaderd om vragen over maatschappelijke stages af te vangen. Op die manier zijn veel onduidelijkheden weggenomen.
Wat voor stagetaken voeren de leerlingen zoal uit bij de sportverenigingen? Veelal maken zij zich nuttig als assistent-trainer. Ook het organiseren van jeugdactiviteiten, zoals een sport- en spelmiddag, toernooien en kampen, blijken populair.
Leerlingen kiezen niet zomaar voor een stage in de sport. Ze zijn zelf sportief en/of de sport spreekt hen aan. In dat licht bezien is het niet verwonderlijk dat ruim driekwart van de leerlingen positief terugkijkt op de stage.

Extra handen maken licht werk
Ook de sportverenigingen zijn enthousiast. De meeste verenigingen hebben één of twee stagiaires gehad en die functioneerden vrijwel zonder uitzondering prima. Ze deden goed mee en namen taken uit handen. Vooraf was er wel enige twijfel bij de verenigingen: zouden de stagiairs niet te veel begeleidingstijd vergen? Maar dat blijkt in de praktijk meestal mee te vallen. Doorgaans liepen de leerlingen gewoon mee, om na verloop van tijd steeds meer zelf op te pakken. Dat gold met name voor bovenbouwleerlingen en voor havo- en vwo-leerlingen. Leerlingen uit de lagere klassen en van een lager schooltype vergen relatief veel begeleiding.
Al met al staan de betrokken sportverenigingen ook in de toekomst open voor stagiairs: "Ze zijn welkom, als ze maar gemotiveerd zijn. Extra handen maken licht werk." En: "Wij zien het ook als een belangrijk middel om de leefbaarheid in het dorp te vergroten."

Gemeentelijk beleid
In de pilotfase heeft de gemeente Noordoostpolder geen rol in het project gespeeld. Maar in de toekomst verwachten de uitvoerende partijen meer inbreng van de gemeente. Of beter: daar hopen en rekenen ze op, aangezien de gemeente de middelen zal verdelen die de overheid beschikbaar stelt voor maatschappelijke stages. Want naar aanleiding van de positieve pilotresultaten willen het Jeugdloket en Sportservice Flevoland graag meer scholen en sportverenigingen gaan ondersteunen.
De voortekenen zijn in ieder geval positief, want de gemeente heeft een paragraaf over maatschappelijke stages opgenomen in haar recent vastgestelde vrijwilligersnota. Daarin worden onder andere themabijeenkomsten en cursussen voor vrijwilligersorganisaties aangekondigd en een behoefte-inventarisatie.

Succesfactoren
  • Een goede werkstructuur met een heldere taakverdeling.
  • Betrokkenheid van een partij in de werkgroep (Sportservice Flevoland) die de sport en de sportverenigingen goed kent.
  • Goede samenwerking tussen school en het gemeentelijk vrijwilligerssteunpunt.
  • Rechtstreekse benadering van de sportverenigingen via een belronde, waardoor onduidelijkheden over maatschappelijke stages weggenomen en verwachtingen verhelderd konden worden.
  • Het vinden van een stageplek zoveel mogelijk aan leerlingen zelf overlaten; zij blijken heel goed in staat zelf afspraken te maken met hun eigen sportvereniging.

Verbeterpunten
  • Leerlingen uit de lagere klassen en van een lager schooltype vergen relatief veel begeleiding. Hierover moet open met de sportverenigingen worden gecommuniceerd, zodat ze weten waar ze aan beginnen en niet voor verrassingen komen te staan.
  • De matches tussen leerlingen en sportverenigingen ontstaan doordat leerlingen bij de betreffende vereniging sporten, dan wel in het verleden gesport hebben. Nog onbekende leerlingen introduceren bij sportverenigingen komt weinig voor en gaat zeker niet vanzelf. Daar kan in de toekomst sterker op worden ingezet.