Analyse sport en beweegdeelname jeugd


De groep jongeren en jong-volwassenen tot en met 19 jaar bestaat uit ruim 3,9 miljoen personen, van wie 22% van niet-Nederlandse afkomst is. Het aantal jeugdigen in de leeftijd van 5 tot en met 19 jaar neemt met ongeveer 220.000 toe tot naar schatting 3,11 miljoen in 2010.
 
De sportdeelname van jeugd is reeds vele decennia hoog en stijgt volgens SCP (AVO) in lichte mate. Ongeveer 70 a 80 procent van de jeugd is lid van een sportvereniging. In de leeftijd 6-11 jaar is dit bijna 80%, in de leeftijdsgroep 12-19 jaar enkele procenten lager. Op www.sport.nl worden zelf cijfers genoemd van 91,6% voor de 6-11 jarigen en 86,6% voor 12-19 jarigen. Maar het percentage kinderen dat daadwerkelijk wekelijks sport ligt een stuk lager (respectievelijk 45,6 en 41,5%) en dan gaat het om sportbeoefening gedurende meestal 1 uur per week, waarvan de intensiteit onbekend is. Lidmaatschap van een sportvereniging zegt dus niet voldoende over de mate waarin de jeugd beweegt. Het zegt te weinig over de frequentie en de intensiteit van het beweeggedrag, zoals deze wel zijn vastgelegd in de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen. Voor de jeugd tot en met 18 jaar luidt deze alsvolgt:
 
Dagelijks een uur matig intensieve lichamelijke activiteit, waarbij de activiteiten minimaal twee maal per week gericht zijn op het verbeteren of handhaven van lichamelijke fitheid (kracht, lenigheid en coördinatie).

Bij het berekenen van het percentage kinderen dat voldoet aan de NNGB is onderscheid gemaakt tussen kinderen die normactief, semi-actief, semi-inactief en inactief zijn:
  • Normactief: 7 dagen x 60 minuten / dag
  • Semi-actief: 5, 6 dagen x 60 minuten / dag
  • Semi-inactief: 3, 4 dagen x 60 minuten / dag
  • Inactief: 0, 1, 2 dagen x 60 minuten / dag
Uit onderzoek blijkt dat 80% van de kinderen (4-12 jaar) de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (Bruil et al., 2005) haalt. Uit ander onderzoek blijkt van de 8-12 jarigen slechts 20% van de kinderen de norm halen (Zeijl et al., 2005). Onderzoek in stadsvernieuwingswijken heeft opgeleverd dat slechts 3% van de kinderen (6-12 jaar de NNGB haalt (De Vries et al., 2005). Van de 13 en 17 jarigen voldoet volgens www.sport.nl 51% aan de norm.
Doordat het bij de genoemde onderzoeken telkens om een andere onderzoeksgroep ging, meetmethoden uiteenliepen en een groot beroep gedaan werd op de subjectieve inschatting van het eigen beweeggedrag, blijkt dat het tot nu toe vrijwel onmogelijk is gebleken de beweegnorm valide en betrouwbaar te meten.